Zelf rijden door Zuid-Afrika met een huurauto? Het kan!

Zelf rijden door Zuid-Afrika, in je eentje? Ja, het kan (en ik ben het bewijs).

“Wacht even … ga je helemaal zelf door Zuid-Afrika rijden? Zou je dat nou wel doen?! Dat land is groot, hoor!” Als ik m’n vriendin over m’n plannen vertel, kijkt ze me met grote ogen aan. Nou is het ook niet zo dat ik van plan ben om echt in m’n eentje het land te doorkruisen, ik heb m’n goede vriend Mark mee als steun en toeverlaat. Maar ja, die heeft geen rijbewijs waardoor het van A naar B naar C en zo door komen toch echt bij mij komt te liggen. Maar voor m’n werk leg ik ook aardige kilometers af, dus dat gaat vast wel goedkomen. Toch?

Het is inmiddels een paar maanden later en de reis is achter de rug. Was het alles wat ik ervan verwachtte? Ja en zoveel meer. De immense uitzichten, het spotten van de wilde dieren, de ontzettend vriendelijke mensen, de te gekke Afrikaanse liedjes op de radio die keihard aan stond terwijl we kilometers vraten in de auto, de struisvogelboer waar we nooit meer weg wilden … Ik mis Zuid-Afrika. En dat zelf rijden? Nou, ik heb het overleefd.

Stoppen waar je wilt

Het grote voordeel van zelf door Zuid-Afrika rijden is dat je alle vrijheid hebt om te bepalen waar je stopt, wanneer en hoe lang. Je kunt een afslag nemen als een bewegwijzering toch wel heel interessant klinkt (“Inligting Aftrekplek?! Waar zou dat heen gaan?”) en als je opeens een struisvogel in het wild spot, kun je gerust even stoppen en kijken (wel blijven letten op het verkeer, natuurlijk). De huurauto in Zuid-Afrika – een Nissan Almera – was zeer comfortabel en al onze bagage (nou ja, mijn enorme koffer – ik blijf een vrouw – en Marks ieniemienie handkoffertje) pasten er zonder problemen in.

Inhalen op de snelweg

Wat mij alleszins meeviel, waren de wegen. Toegegeven, in het oostelijk deel langs de Panoramaroute is het soms wel … eh … avontuurlijk te noemen. Pothole hier, pothole daar: het lijkt soms wel alsof je in een Nintendospelletje bent beland als je ze probeert te ontwijken. Maar de rest van het land is easy cruising. De snelwegen doen niet onder voor die in Nederland en files zijn meer uitzondering dan regel. Plus, Zuid-Afrikanen hanteren het aangename gebruik dat ze voor je op de vluchtstrook gaan rijden als je erlangs wilt. Niks geen gekke inhaalmanoeuvres, dus. Het enige dat je doet, is even knipperen met je alarmlichten als je bent gepasseerd om te bedanken. Wees net zo beleefd en ga ook opzij en je zult veelvuldig bedankt worden. Eén kanttekening: let wel even op als je opzij gaat, want in tegenstelling tot Nederland is het in Zuid-Afrika ook niet ongebruikelijk om op de vluchtstrook te lopen. En je wilt niet per ongeluk een passagier meenemen …

In je eentje rijden

Maar ik geef toe: in je eentje in drie weken ruim 3.800 kilometer afleggen van Johannesburg naar Kaapstad is een uitdaging. Mark was een trouwe reisgenoot die nooit onderweg even een dutje deed terwijl ik de auto over het asfalt liet razen. Hij bediende de radio, voorzag me van water, las de kaart en wees interessante dingen aan als ik niet te druk was met het verkeer. Maar je blijft een chauffeur.

Om je heen kijken

Gelukkig zijn de wegen in heel veel gevallen heel rustig – niets vergeleken met de A2 of A4 – dus je hebt de kans om ook een beetje van het uitzicht te genieten, maar uiteindelijk wil je ook niet in de greppel belanden, dus écht om je heen kijken en alles opnemen lukt niet altijd. En toen in Kruger opeens een enorme olifant m’n pad kruiste en de enige weg achteruit was – en ik de auto ook nog eens uit schrik in de bosjes parkeerde – kneep ik ‘m toch wel een beetje. Maar ja, niemand kon het stuur overnemen, dus wat doe je dan? Overlevingsmodus aan, vriendelijk glimlachen naar meneer de olifant en proberen er het beste van te maken. Ik schrijf dit, dus ik, Mark en de auto (zij het met een paar krasjes) hebben het overleefd. Wij beleefden dit avontuur in Kruger tijdens de Safari! Safari! bouwsteen.

Doe mij maar een wijntje

Hoewel je al de hele dag in de autostoel zit, merkte ik pas hoe bekaf ik was als ik rond vijven uit de auto stapte. “Doe mij een stoel en een wijntje!”, dacht ik dan. Nou, dan zit je gelukkig in Zuid-Afrika wel goed: na een verfrissend wijntje en een lekkere bobotie of struisvogelsteak voelde ik me vaak weer een stuk beter. Maar in tegenstelling tot in Nederland waar ik een echte nachtuil ben, lag ik er vaak om 21 uur al in en droomde ik ontzettend veel. Dan pas had ik de tijd om de rit te verwerken. Gelukkig stond ik vaak rond zes uur weer fris en fruitig naast m’n bed, klaar voor het volgende avontuur.
Zou ik het opnieuw doen? Ik zou iemand meenemen met een rijbewijs. Maar Zuid-Afrika en ik, wij houden van elkaar.

Slapen bij de boer

Nog een laatste tip: rijd niet van Tsitsikamma National Park naar de struisvogelboer (of andersom) in één keer. In je eentje is die afstand echt net een tikkie te ver. Rijd je met z’n tweeën, dan is het haalbaar, maar het geeft je weinig tijd om van een van de mooiste stukjes van de Tuinroute te genieten.

Daarentegen word je wel bij boer Nils en zijn vrouw Anne-Lize beloond, met een ontzettend hartelijk welkom op de boerderij, de lekkerste maaltijden en een uitzicht waar je maanden later nog van droomt. Geloof me, ik kan het weten.

Geen reacties

Reageren

Verstuur je reisplan